Uitleg van het spel en de verklarende woordenlijst.

In het midden van het veld is het gras extreem kort gemaaid of er ligt een mat. Deze rechthoek wordt de pitch genoemd. Hier vindt het slaan van de bal plaats.

Batting:

Dit is het onderdeel waarbij het team de bal moet slaan. Elk team moet namelijk 1x batten en 1x fielden. Het is de bedoeling dat iedere speler ’n keer gaat batten (de bal slaan), totdat hij/zij out is. Bijvoorbeeld omdat het wicket is geraakt door de bal en dan is de volgende speler aan de beurt. Dit gaat een tijdje door tot dat alle 11 de spelers uit zijn of als de limiet aan overs is gegooid.

Bowling:

Hierbij moet iemand van het team dat aan het fielden is (dus het team dat in het veld staat.) de bal gooien richting de batsman/vrouw en proberen het wicket te raken. Maar dit gooien van de bal moet dusdanig zijn dat de batter een kans heeft de bal te raken. En ook mag de bal niet gevaarlijk worden gebowled. (bv. richten op hoofd van de batter)

Fielding:

Is het tegenovergestelde van batten. Het gehele team staat op het veld om de bal tegen te houden en de bal zo snel mogelijk weer richting de bowler of de wicketkeeper te krijgen. Deze wicketkeeper staat achter het wicket van de actieve batsman/vrouw. En een wicketkeeper probeert ook de bal te vangen als de batter misslaat. Maar als deze de bal toch beetje heeft aangeraakt kan de wicketkeeper door de bal dan snel tegen het wicket duwen/gooien de batter out maken.

Wickets:

Hiervan staan er twee op elke pitch, ze bestaan uit 3 paaltjes. De bowler moet proberen deze wickets te raken om de batsman direct out te krijgen. De bowler probeert de bal met zo'n vaart richting wickets te gooien zodat de batter te laat slaat en bal de paaltjes achter de batter raken. En er is een 'slow' techniek waarbij de bowler de bal een draai geeft waardoor de batter de lijn van gebowlde bal niet goed meer kan inschatten en mis slaat en bij een juiste uitgevoerde worp raakt de bal dan wel weer het wicket.

Batters:

Tijdens het batten staan er 2 batters op de pitch. Als een batter de bal goed heeft weggeslagen moeten wél beide batters gaan rennen naar het wickets aan de overzijde om punten te scoren. Voor beide gelden dan de regels om out te kunnen gaan wanneer zij nog niet 'veilig' zijn bij een wicket. Zij moeten dan contact hebben met het vak voor het wicket. Dit kan zijn met een voet erin maar zelfs ook dmv het bat. Dit vak heet de ‘Crease’.

Out:

De batsman/vrouw is uit, en moet het veld verlaten. Dit uit gaan kan op vier manieren:

  1. De geslagen bal is gevangen, ‘Caught’
  2. Het wicket is geraakt door de bal gegooid door de bowler. ‘Bowled Out’
  3. Een wicket is geraakt door de bal terwijl de batter probeert een 'run' te maken. Dus nog aan het rennen was naar het wicket aan de overzijde. ‘Run Out’.
  4. De wicketkeeper heeft de bal tegen het wicket aangeduwd/gegooid terwijl de batsman nog niet bij wicket is aangekomen of een batsman niet meer in het vak stond bij het wicket. ‘Stumped’

Runs:

Ook wel een ander woord voor punten. 38 runs betekent dan ook 38 punten. En een batsman/vrouw krijgt 1 punt voor elke keer dat hij/zij na de zijn slag van het een naar ander wicket kan komen zonder dat hij out gaat. Dus hoe beter geslagen des te meer keren hij/zij van wicket naar wicket kan rennen. Vandaar de naam 'Runs'.

Viertje:

De bal is door de batter over de grond tot buiten het veld geslagen dit zonder dat iemand de bal heeft kunnen tegengehouden. Deze bal levert 4 punten op, vandaar ook de naam ‘Viertje’.

Zesje:

De bal is door de batter buiten het veld geslagen zonder de grond aan te raken. Deze bal levert dan 6 punten op. ‘Zesje’

Overs:

In 'n 'over' mag de bowler 6x de bal gooien, na deze 'over' gaat een andere bowler de bal gooien. Op dat moment gaat ook de slagbeurt naar de andere batter op de pitch.

Caught:

Als je in het veld staat te fielden en de batsman/vrouw slaat de bal hoog de lucht in dan moet je de bal proberen te vangen. En bij een vangbal zonder dat de bal eerst de grond nog heeft geraakt is de batsman/vrouw direct uit. 'Caught'

Stumped:

De wicketkeeper heeft de bal tegen het wicket aangeduwd terwijl de batter niet in contact was met de 'Crease' (het vak voor het wicket). De batsman/vrouw is nu uit.

Run Out:

De bal heeft het wicket geraakt toen de batter nog aan het rennen was richting van dát wicket. De batsman/vrouw is nu uit.

Retired:

Dan heeft een batter het limiet van het aantal runs gehaald dat was afgesproken voordat de wedstrijd begon. Bijv. : Iemand die staat te batten en heeft 34 runs (punten) gescoord en hij slaat een viertje, het totale aantal runs is dan 38. Van tevoren was afgesproken dat de limiet 35 zou zijn. De batsman moet nu het veld verlaten en wordt vervangen door een nieuwe batsman/vrouw. Maar hij is nu niet uit maar ‘retired’.

Het retired gaan van een batsman/vrouw bij een afgesproken aantal runs maakt het mogelijk dat de gehele wedstrijd niet al te lang gaat duren. En zoveel mogelijk batters de kans krijgen aan slag te komen.

Maar de officiële wedstrijden op het allerhoogste niveau worden vaak zonder deze afspraken gespeeld en zodoende kunnen deze wedstrijden dagen duren voordat alle spelers van beide teams gebat hebben.